Machteld Teekens
Transit Art. Kunst in Transitie.
 

Blog

Afbeelding van First lady 1987-1989
First lady 1987-1989

modeltekenen aan de Academie voor Schone Kunsten in Warschau
20 april 2017 11:53
Afbeelding van de legende van de moderne kunst: Jheronimus Bosch
de legende van de moderne kunst: Jheronimus Bosch

uitstapjes naar 's Hertogenbosch
9 november 2016 09:16
Afbeelding van de legende van de moderne kunst: van Gogh.
de legende van de moderne kunst: van Gogh.

I. Van Gogh als Johannes de Doper.
17 oktober 2016 11:40
Afbeelding van floating icon beeldenstorm 1
floating icon beeldenstorm 1

een icoon kan het beste maar drijven, want als het vast komt te zitten in onze kop....
8 juli 2016 11:52
Afbeelding van sprekende ogen
sprekende ogen

eerst voelen en dan tekenen
4 augustus 2015 15:12
 
 
 
Afbeelding van First lady 1987-1989
 

First lady 1987-1989

modeltekenen aan de Academie voor Schone Kunsten in Warschau

 
first lady 1987- 1989

 1

Tussen een woud van schildersezels hangen lange strepen zonlicht, die door de hoge ramen van het lokaal naar binnen vallen. De zon staat alweer laag; over een uur is het donker. Van achter mijn tekenbord gluur ik naar haar. Ze zit op een podium en om haar heen staan de onmiskenbare attributen van een kunstacademie; een stuk van een paspop, een vaas, een kist en achter haar stoel de oude lappen. Mijn papier is nog leeg, ik ben nog niet begonnen.

Mijn buurmeisje strekt haar arm recht vooruit. In haar hand houdt ze een staafje conté rechtop. Ze meet de verhoudingen. Ze werkt aan een toelatingsexamen voor deze school, en moet de anatomie op orde hebben. Dan hoor ik haar krassen op de plank. Ik kijk naar het lichaam dat slap in een grote fauteuil hangt. De strakke zwarte rok om de vormeloze heupen. De blote armen, de reumatische handen. De halfhoge plompe laarzen, waardoor je alleen haar knieën ziet.

Soms slaapt ze en hangt haar hoofd scheef tegen de leuning. Ze is hier helemaal thuis, dat is duidelijk. Soms hoor ik haar mompelen in de stoel, met een vreemd vertrokken gezicht. Ze kijkt naar een punt ver weg, voorbij deze ruimte met de hoge ramen, de houten vloer in mozaïek gelegd, de verfspatten, de jonge mensen achter hun ezel. Een uur geleden kwam er een meisje binnen voor een snelle, driftige tekenperformance. De hakken van pumps tikten op de vloer, het krijt hoorde je ritmisch bewegen, de swung in het lichaam. Na twintig minuten scheurde ze haar papier los van de punaises. Ik keek snel en zag een dramatisch zwarte kop met holle ogen op het oude lichaam getekend, hangend in de stoel. Net zo intrigerend als het model is de scène zelf, als een uit de romantiek overgeërfd residu rond de klassieke studie van het model. Op de gang staat een kopie van Mozes van Michelangelo in marmer. De stenen tafelen, die hij in zijn handen houdt, zijn beklad met leuzen.

Maar hier in het atelier zijn de ideale proporties geweken voor het realisme van Victor Hugo.

 

 2.

Elke maandag ga ik naar haar op zoek, want het begin van de week is het begin van een nieuwe opstelling. Zij poseert steeds voor een andere docent op de  afdeling grafiek van de Academie voor Schone Kunsten in Warschau, en neemt een week lang dezelfde pose aan. Ik loop met een rol papier van van Ginkel over straat, spierwit, strak papier en daarmee verraad ik mijn status als vreemdeling. Want niemand heeft hier wit papier en mensen spreken mij er soms op aan; waar heb je dat gekocht? Ik moet hen teleurstellen, ik heb het in Utrecht gekocht voor ik op de trein stapte naar Warschau. Ik loop door de natte sneeuw naar de Krakowskie Przedmieście en sla rechstaf door de hoge gietijzeren hekken het terrein op van het voormalige Rococopaleis.  Ik loop de brede marmeren trappen op en ga op zoek naar het atelier waar zij wordt geïnstalleerd. Vandaag staat er een groot bed op ooghoogte op het podium. Ze kan de hele week een middagdutje doen. De docente, die met de schorre stem en het blonde piekhaar, schakeert de attributen rond haar bed. Ik zoek een ezel, span het papier op. Het mooie witte en daarboven het gelige schetspapier uit het kleine winkeltje beneden in de kelder.  En dan begint de verveling. De onrust. Het blijkt plotseling dat ik naar het toilet moet, de trappen af naar de ijskoude kelder. En was ik er nu nog niet aan gewend om zelf toiletpapier mee te nemen? Op de hoek van de straat stond nog een man, met een touw door twintig rollen. Zwarte marktprijs, dat wel, maar beter dan niets.

Ik ben gewend aan mijn onrust. Ik moet het uitzitten. Drie middagen kom ik hierheen, en de laatste kans, die neem ik. En dan door het donker met die grote rol naar het flatje, door de zwarte sneeuw in de avond, als de roet van luidruchtige stadsbussen zijn werk heeft gedaan. Het gele water uit de leidingen, de geruchten over vergiftigde groenten, de vochtige handwas in het flatje, waarvan één van de twee kamers volstaat met de versleten meubels van de overleden moeder van de huiseigenaar.

 

4.

Ik ben niet ingeschreven op de academie, loop er illegaal rond en ben per gratie aan het werk. Wat ik onderneem zou in een ander systeem onmogelijk zijn: lessen volgen zonder ingeschreven te zijn. Ik profiteer van de algemene verdeel en heerspolitiek en van de gastvrijheid van de docenten, hun nieuwsgierigheid naar vreemde vogels en hoe die zijn aangeland in deze stad. Ik mag meedoen en volgend jaar kan ik altijd, bij gebleken begaafdheid, nog meedingen naar een officiële studieplek.

In de loop van de maanden op de academie kom ik erachter dat vele van de westerse studenten die hier in de hal beneden in hun gebroken engels nieuwtjes uitwisselen op de vlucht zijn: voor een gebroken liefde, voor werkeloosheid. Of ze zijn op zoek: naar hun Poolse wortels, de grootvader die 80 jaar geleden het land verliet en woorden en sfeer  heeft achtergelaten in het brein van de kleinzoon uit Oklahoma.

Ik kom erachter dat er wel een strijd woedt om het verwerven van een moderne vormtaal, maar dat de basis stevig klassiek is. Vandaar dat eindeloze modeltekenen, naast uitputtende kennis van de klassieke technieken, zoals lithografie, olieverfschilderen en tempera op een ondergrond van kalk. En dat bevalt me, meer dan de vaagheid op de academies die ik in Nederland heb bezocht, gemengd met pretenties die tot niks leiden. En ik ben niet de enige westerling die daarnaar zoekt, naar die combinatie.

Ik leer een Italiaans meisje kennen die met grote lappen linoleum om zich heen haar dagen slijt op haar flat. Haar vingers zijn stomp van het gutsen in die lappen, haar handpalmen vol met eelt. Als we samen in de bus naar Zoliborz staan, onze armen hangend aan de leren hengsels als we de bocht door gieren, zegt ze: in het begin voel je je rot, het is om 3 uur donker, het is vies hier, je komt amper aan eten, de mensen lijken somber, maar dan wil je niet meer weg: ‘it sucks you in’. Ze zegt het met een speciale klank in haar stem, als een geheime wetenschap. Ik knoop het in mijn oren.

 

5.

Ik bezoek mijn oude vrouw ook in het tweede jaar regelmatig als ik de status van stagaire heb bereikt en mijn stipendium hier van het loket kan komen betrekken, contant uitbetaald.

Zij is mijn muze geworden, ook als ik nog steeds niet weet wat ik daar achter dat tekenbord zou moeten doen. Ik smeek haar om wakker te worden, om uit haar stoel te komen en mij mee te delen hoe het met de kunsten is gesteld, zodat ik van mijn van Gogh-achtige realisme wordt bevrijd. Dat ik het  meedraag is duidelijk. Bij de eerste bespreking, toen de brede gang vol lag met grote witte lappen vol oude vrouwen, zie de details, de laarzen met touw bijeengebonden, de rafelige wollen rok, de dunne kuiten, de verbijsterde trekken van beginnende seniliteit, bevroren op het gezicht. Het leverde me een reusachtig compliment op: wij, Polen, zijn altijd met de aarde bezig en jullie met de psychologie. Ga door, voer het observeren en registreren tot grote hoogte op- ga voort in de lijn van je volk!

Het is inderdaad de condition humaine die me dit werk doet maken. Die cocktail, condition humaine en kunst, dreef me ooit langs allerlei ateliers in Utrecht en gaf een bestemming aan mijn aangeboren neiging om naar mensen te kijken en te weten wat ze mankeren. Je ziet het aan de manier waarop de neusvleugel overgaat in de wang, aan de groef die daar is ontstaan, of aan de overmoed waarmee dat brede voorhoofd is geboetseerd. Ik kan het niet omschrijven, want de variatie is oneindig en zo is ook de verbazing. Het leverde me gratis maaltijden op tijdens een treinreis in Portugal, en schaarse centen tijdens een studentenbal.

Alles draait om ontspanning en spanning. De arm waarop geleund wordt en die langzaam gaat trillen, moet met forse halen worden neergezet, waarin het gewicht dat gedragen wordt is nagebootst. ‘Nachvollziehen’ heet het zo mooi in het Duits. De slappe onderkaak bij het in slaap vallen moet door slappe tere, bijna onzichtbare lijnen worden weergegeven. Van de oude vrouw voel ik de frěle verhouding tussen aarde en hemel, in de onwaarschijnlijk dunne kuiten, waar de brede heupen op moeten staan, in de handen die niet zo krachtdadig meer zijn en die de greep op het leven verliezen.

 

6.

Tot vandaag toe wist ik nog niet hoe klein ze is. Ze staat bij de poort van het terrein en is niet groter dan een kind. Ze draagt een blauw hoofddoekje en praat geanimeerd met een studente. Ik weet nu ook dat ze al 20 jaar model is en tot een paar jaar geleden met haar zuster dagelijks de academie bezocht. Die is inmiddels overleden.

De laatste maanden heeft ze gezelschap van een mannelijk model van rond de 45 jaar. Zo’n verandering is ingrijpend, je moet haar delen en zo ook je papier. Je moet de interactie vastleggen, ook als beiden onverschillig zijn.. Zij slaapt vaak en de man praat.

De man is er bijgeplaatst voor de studie van de tors en draagt alleen een bizarre onderbroek. Hij is dichter en verkoopt ons zijn gedichten die hij op gevonden papiertjes schrijft. Van een medestudente hoor ik dat hij in de tram een handeltje drijft, dat hij vaak op straat leeft en ik zie nu ook de stro in zijn schoenen. Hij is voor studenten zeer voorkomend en beleefd en als hij wel eens geld leent, dan staat hij erop het terug te betalen. Een gentleman in verval.

Op een dag ontspint zich tussen de twee een gesprek. Zij heeft brieven bij zich, die ze van haar man zaliger kreeg, jaren geleden. Ze opent de brieven en leest ze voor. Hij luistert geboeid en geeft haar adviezen, die, voorzever ik ze kan verstaan, getuigen van een grote welsprekendheid zonder samenhang.

Nu is de scene volledig veranderd. Zij hebben ons niet meer nodig, zij zijn er voor elkaar. Ineens is er iets gaande dat studie overstijgt. Ik wordt opgeschrikt uit mijn lethargie van de 19de eeuwse citaten en weet dat hier winst te behalen is, grote winst en dat ik hen tot op het vingerkootje af serieus moet nemen. De geest is gewillig, maar ik ben langzaam en zit vol zelfkritiek.  

 

7.

Nu heb ik gezien hoe ze altijd een uur voor aanvang van de lessen begint met het beklimmen van de hoge trappen. Ze doet daar rustig een half uur over. Terwijl ze zich met moeite omhoog hijst langs de leuning ontgaat haar niets, haar gezicht is dat van een nieuwsgierig jong meisje. Iedereen groet haar en maakt een praatje met haar. Wie kent op die leeftijd zoveel jongeren persoonlijk, wie krijgt zoveel aandacht? Ze ziet dat het jonge meisje met die tekenrol dat de trap afdaalt zwanger is, haar ogen lichten op, en even voeren ze een vrouw tot vrouw gesprek, tot het meisje haar weg vervolgt naar beneden en zij zich verder omhoog hijst.

 


9. 

 In eén van mijn laatste tekeningen, een maand voor de verkiezingen, vóór de val van de volksrepubliek Polen,  ligt ze zoals altijd in een stoel te slapen. Maar het gewicht van de zwaartekracht, het slap hangen van de slaap der ouderen, is verdwenen. Het hoofd neigt naar rechts, alsof het in deze houding bij moet sturen wanneer men opstijgt. De zwarte rok is even zwaar als altijd en toch zijn de plooien niet meer deprimerend, maar even luchtig en fraai als de verschijning zelf. Een verschijning dus, niet die van de dame met de blanke armen, de blonde lokken en de lieflijke blik, maar die van de oude.

Achter haar is een kruisvorm zichtbaar, maar zoals in de vroegmiddeleeuwse Christusbeelden is het lijden niet belangrijk en zijn de gespreide armen een geste: van ongedwongen overgave.

Het is alsof de oester van het realisme,  die zijn sluitpieren zolang voor mij dicht hield, open gaat en zijn zachte binnenkant toont, liggend in een parelmoeren kuipje.

Ineens daagt mij waarom die studie belangrijk is, waarom ik mijn onrust steeds weer heb opgezocht.
Om daarna erachter te komen dat het alweer donker is,  dat het wc-papier ontbreekt en dat het meurt, dat de sneeuw zwart is, het vlees weer uitverkocht, de werkelijkheid van alledag grauw, dat mijn tekenen de nabootsing amper voorbij komt.
 

Deel deze pagina

 
 
 
Dashboard © Machteld Teekens 2017